


Honingbijen hebben bloemen nodig om er hun voedsel (nectar en stuifmeel) op te verzamelen. Ze bewerken de nectar tot honing door hem in te dikken en er waardevolle stoffen aan toe te voegen. Als er te weinig bloeit is honing het reservevoedsel voor de bij. Een teveel aan honing wordt door de imker afgenomen en zo nodig vervangen door een suikeroplossing.

Omdat veel planten afhankelijk zijn van insectenbestuiving, lokken zij met kleurige en geurige bloemen in allerlei vormen de honingbijen, die met hun dikke vacht, a l nectar zoekend, het stuifmeel van de ene bloem naar de andere bloem overbrengen. Na bestuiving volgt de bevruchting en kunnen zaden, vruchten en bessen worden gevormd. Zo is het voortbestaan van tal van wilde planten verzekerd, zoals de vuilboom, meidoorn, zuurbes en veenbes, maar ook siergewassen zoals sneeuwbes, dwergmispel en mahonia enz. Op hun beurt vormen zaden en bessen weer voedsel voor vogels en andere dieren. Ons bos stadspark, berm, kortom ons milieu vaart er wel bij. Door honing te kopen bij een imker bij u in de streek draagt u de natuur in uw omgeving een warm hart toe.
Buitenlandse honing komt na maandenlang vervoer, per schip aan in bijvoorbeeld grote ijzeren containers. Gewoonlijk is de honing dan gemengd en afkomstig van verschillende imkers. Ouderdom, bewaartemperatuur en temperatuur-schommelingen doen afbreuk aan de kwaliteit van deze honing. Goede wijnsoorten mengt men toch ook niet!

Honing van de Nederlandse imker is altijd jong, zuiver en niet gemengd. Voor het verzamelen van 2 potjes honing moeten de bijen een totale afstand afdleggen gelijk de omtrek van de aarde en laten circa 2000 bijen hun leven. Zo'n product moet je met respect behandelen.
Honingbijen produceren enzymen waarmee ze de suikers uit de nectar kunnen omzetten in suikers die voor ons lichaam makkelijker opneembaar zijn dan gewone kristalsuiker. Voor sporters en herstellenden levert honing snel en direct energie. Gemiddeld bevat honing 38% vruchtensuiker, 31% druivensuiker, 10% andere suikers en 17% vocht. Hiernaast bevat honing nog 4% begeleidende waardevolle stoffen zoals bijv. enzymen, vitaminen, zuren, hormonen, bacterieremmers, waterstofperoxyde, stuifmeelkorrels en mineralen zoals bijv. fosfor, mangaan, ijzer en koper. De natuurlijke geur en smaakstoffen afkomstig van de bloemen en geven de honing zijn eigen karakter. Lindehoning bijv.heeft een lichte mintsmaak. Gebruik honing puur in karnemelk of gecombineerd met fruit of yoghurt, maar natuurlijk ook op brood of krentenbrood.
Honing werkt bij regelmatig gebruik weerstand verhogend, ontstekings-remmend en is goed voor de spijsvertering en bloedsomloop. Honing op een steriel gaas aangebracht op een brandwond of ontstoken wond trekt door zijn sterke concentratie lymphe en bloed - waarin belangrijke afweerstoffen zitten - naar de wond waardoor pus kan worden uitgescheiden. Bovendien werkt de honing bacterieremmend door zijn hoge zuurgraad (PH waarde) en ontsmettend d oordat het waterstofperoxyde bevat. Het verband blijft bij het dagelijks verschonen niet aan de wond kleven omdat de honing gewoonlijk door de huid opgenomen wordt.
Elke honingsoort versuikert (kristalliseert) vroeg of laat. Dit is een natuurlijk proces wat kenmerkend is voor zuivere niet verhitte honingsoorten. Bij het verhitten verliest de honing al zijn zo waardevolle ingrediënten (enzymen enz.) en mag volgens de warenwet alleen nog maar verkocht worden onder de naam bakkershoning.

De snelheid waarmee de honing kristalliseert is met name afhankelijk van de hoeveelheid druivensuiker in de honing. Deze is voor alle honingsoorten anders. Koolzaadhoning bevat veel druivensuiker en wordt dus snel vast. Acaciahoning bevat veel fructose en blijft lang vloeibaar, heidehoning blijft jarenlang geleiachtig. Ook kristalliseert de ene honingsoort (bijv. lindenhoning) in grove en de andere (fruit en wilgehoning) in fijne kristallen. Er zijn maar weinig honinggebruikers die grove kristallen op hun brood willen. De imker kan hier op inspelen door de honing voordat dat deze wordt ingepot te enten met een zeer kleine hoeveelheid fijn kristalliserende honing en de noning daarna een aantal weken dagelijks te roeren. Het eindproduct is dan het neusje van de zalm, namelijk een goed smeerbaar product: crème honing.
Gekristalliseerde honing kunt u weer vloeibaar maken door het potje op een bierviltje op de verwarming te plaatsen. Nog beter is het om de honing au bain marie te verwarmen tot maximaal 40° Celsius. Boven deze temperatuur gaan enzymen en aroma en dus kwaliteit verloren.
Doordat de bijen de nectar indikken, bevat honing nog slechts 20% water. Hierdoor kan honing, mits goed bewaard, niet door gisten of bacteriën worden aangetast en bederven. Zo is honing onbeperkt houdbaar. De nuttige bestanddelen in honing zijn echter slechts 2 jaar gegarandeerd, gerekend vanaf de datum van oogsten. Hierna nemen de enzymen geleidelijk af, wordt de honing donkerder en verkrijgt men bakkershoning (stroop). Honing moet je koel bewaren bij een keldertemperaruur van 12° Celcius. Bewaar dus honing niet in de koelkast, want dat is te koud. Wanneer je de honing op de juiste temperatuur bewaart, gaat de honing minder makkelijk vergisten en verdonkeren waardoor de smaak sterker wordt. Honing moet je verder donker bewaren. Licht bevordert namelijk de kristallisatie. Voorkom sterke temperatuurschommelingen, want deze veroorzaken versnelde kristallisatie. Bewaar reserve potten honing het liefst in een koelbox in de kelder. Honing moet altijd luchtdicht bewaard worden, omdat honing door zijn sterke concentratie makkelijk vocht en vreemde geuren uit de buitenlucht opneemt met bederf en smaakverlies tot gevolg.
Informatie over Honing. |