
Voor meer informatie over het africhten van uw hond. Bel of e-mail ons voor meer informatie. |

Apporteren
Het apporteren leren we de hond spelmatig aan. Ook hier kun je de clickertraining heel goed gebruiken. Alleen moet je de hond geen voer als beloning geven maar voor beloning het blok als spel gebruiken. Er zijn werkelijk tientallen manieren om het apporteren via een positieve trainingsmethode aan te leren. De hier onder beschreven methode vind ik na vele jaren van vallen en opstaan de plezierigste methode.
1. Begin als het kan met deze oefening zo vroeg mogelijk mogelijk, dus al vanaf pupleeftijd. Zorg dat de hond bewegende voorwerpen ( bal, zakje, blok enz.) heel erg leuk vindt. Heeft hij te weinig interesse dan kan je het volgende doen:
2. Zaag een rechte tak uit een boom, + 3 cm dik aan het ondereind
en bovenaan 1½ cm, de tak moet
+ 180 cm lang zijn. Maak bovenaan een ringetje in de schors en maak een
nylontouwtje van 4 mm vast in de uitsparing die je hebt gemaakt, (ringetje)
het koord moet 200 cm lang zijn. Aan het andere eind van het koord maak
je een vaste lus, in deze lus kan je nu gemakkelijk een jutezakje of een
stukje jute bevestigen. Het stuk jute aanpassen naar de grote van de hond,
hij moet het goed vast kunnen pakken en er makkelijk mee kunnen lopen. Nu
heb je wat ik noem een JUTHENGEL. Met deze hengel kun je de hond (of pup)
goed activeren om achter een bewegende prooi aan te gaan. Je kunt er de
meest leuke bewegingen mee maken zonder dat de hond de buit te pakken kan
krijgen. Zaak is om hem goed te activeren en hem regelmatig de buit te laten
vangen, als hij de buit in zijn bek heeft kan je door de stok recht omhoog
in de lucht te steken de trekkracht van de hond laten stimuleren, omdat
de stok dan werkt als een buigzame hengel. Om kort te gaan je kunt er ook
een bal of zelfs een blok aan hangen. Als de hond dit een geweldig spel
vindt, gaan we met het blok aan de gang.
3. Hierbij gebruik ik altijd een rollijn van een goed merk, deze gaat aan
de ketting van de hond, ( die nooooooit op strop staat) Begin met spelen,
dan het blok weggooien en de hond er achteraan sturen, als hij hem in het
midden pakt heel uitbundig prijzen en achteruit lopend bij je roepen, de
rollijn heb je dan als stuurlijn, niet om aan te rukken. Pakt hij het apporteerblok
bij een van de blokken, geef je hem zachtjes te kennen dat, dat niet de
goede kant is om hem op te pakken, met zachtjes “nee nee” vaak
laten ze hem dan wel weer los en prijs je weer uitbundig als hij hem wel
goed oppakt. Blijft hij toch met de zijkant in zijn bek lopen haal je hem
met de rollijn naar je toe en onder zacht afkeurend “nee” neem
je het apporteerblok uit zijn bek en bied je het direct weer goed aan, waarna
je hem weer uitbundig beloond. Heel snel leert hij dat hij hem in het midden
het makkelijkst draagt en daar ook uitbundig voor wordt beloond.
4. De belangrijkste oefening is dat hij het graag brengt, daarom moet je
het in de aanleerfase 8 van de 10 keer niet uit de bek nemen, maar na een
leuk trekspel, de hond weer laten winnen. Zorg dat als je het blok los laat
altijd achteruit loopt en de hond weer vrolijk bij je roept. Als hij weer
bij je komt weer lekker spelen, en weer laten schieten. In de aanleerfase
is het beste om het blok af te nemen door hem hoog tegen je borst aan te
trekken en hem te laten lossen op het commando “Los “ . Als
je dat namelijk in de lage of zithouding doet leert hij al gauw dat hij
als hij bij de baas moet zitten het blok afmoet geven, heel vaak zie je
dan dat hij het al zelfstandig uitspuwt. Dus weinig lossen en in het begin
hoog lossen als hij het af moet geven. Ook het ruilen voor een voertje werkt
in deze aanleerfase heel goed.
5. Als de hond het blok altijd goed brengt, ga je langzaam het voorzitten
erbij oefenen. Dit kan alleen als de hond de zitoefening goed beheerst.
Gebruik nog steeds de rollijn als hulpmiddel. Als de hond bij je komt met
het blok in zijn bek, ga je weer over tot spelen. Ineens sta je stil en
geef het commando “zit”en doe een klein stapje voorwaarts hiermee
druk je de hond met het blok in zijn bek tot zitten. Doe dit heel kort,
(seconden) zodat hij het blok niet loslaat. Ook al lijkt het in het begin
nergens op, gewoon verder oefenen en elke keer een fractie langer laten
zitten. Als hij het spelletje maar leuk vindt. Het beste is als de hond
even moet zitten je naar achter wegspringen met de uitbundige beloning “Braaf”
of “Goed zo” het blok uit je handen laat glijden en weer door
op je bovenbenen te kloppen met uitbundige aanmoedigingen van “hier”,
“hier” de hond weer bij je roept, pas als hij het apporteerblok
weer tegen je aandrukt sta je weer stil, anders blijf je net zo lang achteruitlopen
tot hij het bij je brengt en weer spelen. Als je zo elke keer je grens iets
verlegd leert een hond in een korte tijd met heel veel plezier apporteren.
6. De haag mag je er pas bij gaan gebruiken als de hond al heel goed apporteert,
dus niet te vroeg. Dat wil niet zeggen dat je hem nog niet kan leren springen.
Ook hier moet het een super leuk spel zijn, je begint zo laag mogelijk,
in ieder geval moet de hond heel makkelijk over de haag kunnen springen,
In het begin stap je gewoon mee met heel uitbundige belonende geluiden.
Elke keer als de hond er over gesprongen is krijgt hij in de aanleerfase
als beloning een hondenbrokje uit de hand (¼ Frolic) Door dit elke
training een paar keer te doen en niet te snel te omhoog te willen leert
een hond in een paar maanden tijd dat de haag een heel leuk toestel is waar
je ook nog wat kan verdienen. Als je zo hoog komt met trainen dat je niet
meer mee stapt, laat je hem heen en weer springen en even voor je zitten,
direct zijn aandacht opeisen en hem als beloning een brokje geven. Bij de
meeste honden die ik africht zie je dan ook de nijging om bij de haag uit
te breken, ze willen het liefst gauw over de haag te springen zo leuk vinden
ze deze oefening.